Heeft een appel gevoel?

Sinds Robbert Dijkgraaf het in een NRC-column over een appel had, voel ik me ongemakkelijk bij het snijden van dit fruit. De appel heeft een vijfzijdige bouw, leerde ik van Dijkgraaf. Het is dus niet zo logisch om de appel in vieren te snijden. Dat doe ik wel. Het is alsof ik de vernuftigheid van de appel tekort doe als ik dwars door zijn vijfvoudige constructie heen hak. Ik word overigens onmiddellijk gestraft met onregelmatige stukjes klokhuis, die lastig uit de vier parten te snijden zijn. Die straf is misschien terecht, maar is mijn schuldgevoel dat ook?

Personificatie

Dichters fantaseren graag dat dingen een eigen wil hebben, of een ziel, of een stem, of andere menselijke eigenschappen. Het is zelfs een officiele stijlfiguur: personificatie.

Appelgroen

Hoor! Van de grond roept een appel.
Wil zij geraapt? En of – in taart te eindigen
is mooi voor fruit. Mij zelf maakt het niet uit
of ik als taart dan wel verrot in ‘t natte gras.
Alleen dat ik dat was, die gave jonge blos
zo kogelrond, vol sap – en dan het steeltje los.

Marjoleine de Vos, Uitzicht genoeg (2013)

Dichters gebruiken deze stijlfiguur meestal om iets te zeggen over mensen. Appels hebben geen wensen en geen gevoel, en je kunt ze niet kwetsen, al zijn er filosofen geweest die beweerden van wel.

Dieren lijken op mensen

Bij dieren ligt dat anders. Gewervelde dieren lijken veel op mensen. Zeker zoogdieren, waar we tenslotte bij horen, maar ook vogels, vissen, reptielen en amfibieen hebben een lichaam dat pijn kan ervaren. Maar betekent dat dat we in onze ethiek ook rekening met ze moeten houden?

Volgens heel veel ethici wel. De redenering van een utilist, bijvoorbeeld, kom hierop neer, vrij samengevat.

  1. Wat kunnen wij filosofisch weten over elkaar? Weinig tot niets. Wel weten we wat we zelf ervaren: warmte, angst, smaak, pijn, honger, geluk, seks, etc.
  2. Op grond van wat we ervaren hebben we wensen: een warme en droge plek om te leven, voedsel, drinken, een prettige omgang met anderen, geen pijn, geen angst… etc. Kortom: welzijn.
  3. In de omgang met anderen die hetzelfde kunnen ervaren merken we dat hun welzijn sterk overeenkomt met het onze, al zijn er verschillen. De een wil kitesurfen, de ander breien.
  4. Ook dieren zoeken welzijn. Een kat gaat in de zon zitten. Een hond wil op stap. Hun ervaringen en wensen liggen dicht bij de onze, al zijn er opnieuw verschillen, tussen diersoorten en tussen dieren. Een varken wil geen dansles, en een mens wil geen modderbad, meestal. Het ene paard wil op een frisse winterdag naar buiten, het andere blijft liever binnen, heb ik geleerd van Ankie van Grunsven.
  5. Als je bedenkt dat in al die wezens een ‘ik’ zit die welzijn kan ervaren, is het dus het beste om al die ‘ikken’ zoveel mogelijk welzijn te geven. Ook dieren.

Het is schrikbarend eenvoudig. En dan te bedenken dat we dieren overal ter wereld, in enorme aantallen, een rotleven geven. Brrr. Behalve dan misschien de kiwi, die vogel die niet kan vliegen, maar lekker rondscharrelt in de Nieuw-Zeelandse bush. Met een goed gevoel.

Bevlogenheid wint

Ik was door VNO-NCW uitgenodigd voor de UN Global Compact Conference 2012 over The Green Economy, in de prachtige Eusebiuskerk in Arnhem. Wat stak ik daar op?

  1. Otto Group doet behoorlijk zijn best om duurzamer te worden. Zo willen ze af van luchtvervoer van artikelen omdat dat 20 maal vervuilender is dan vervoer per schip over zee. Dit vertelde Andreas Streubig, directeur milieu- en sociaal beleid.
  2. John Elkington, de uitvinder van 3P (People Planet Profit) en een indrukwekkend spreker, vertelde (op mijn vraag) dat voor hem ook dierenwelzijn een plaats hoort te hebben in maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Hij voorspelde dat de huidige vee-industrie vanzelf ophoudt te bestaan als we werk maken van het reduceren van de CO2-emissie. Ook als een samenleving niet speciaal gemotiveerd is voor dierenwelzijn, maar wel voor het milieu, zal het eten van vlees van dieren tot de verleden tijd gaan behoren. De vleesindustrie zal eventueel overgaan op kweekvlees. Over hoe we dat allemaal voor elkaar moeten krijgen zei hij: “Zorg dat gedragverandering plezierig is, dan wordt het vanzelf een cultuurverandering.” Alle ruimte dus voor de aanpak van bijvoorbeeld Lisette Kreischer met haar vrolijke eco- en vegakookboeken.
  3. Er werd een tendens gesignaleerd dat MVO steeds minder gaat over het veroveren van een concurrentiepositie, en steeds meer over samenwerking tussen concurrerende merken om de hele keten duurzaam te maken. Als ‘eenling’ heb je soms weinig invloed op je leveranciers, maar als groep bedrijven heb je veel invloed. Prijsafspraken mag je dan wel niet maken, duurzaamheidsafspraken wel!

Heel bemoedigend allemaal, maar er moet nog veel gebeuren! Het geheel werd met veel humor aan elkaar gepraat door Harm Edens. Een aanbevolen dagvoorzitter, die het thema van de dag tot leven wist te brengen. Het waren zijn persoonlijke anekdotes die uiteindelijk het beste bleven hangen. De belangrijkste les die ik mee naar huis nam ging dan ook niet over duurzaamheid, maar over communicatie: hoe degelijk je presentatie ook in elkaar zit, bevlogenheid wint het uiteindelijk.

People, Profit, Planet: waar blijven de dieren?

De vleeswijzer is uit. Slimme zet van Varkens in Nood. Sommige mensen denken dat goed gewoon goed is, en dat de wereld vanzelf beter wordt als iedereen dat nu maar consequent doet. Dat laatste blijf ik ook halsstarrig denken – of noem het geloven – maar wát goed is, is discutabel. Het grootste en onopgeloste probleem van de ethiek is dat belangen strijdig zijn.

Collectanten voor patiëntenfondsen staan met hun oren te klapperen als ik zuchtend zeg dat ik liever niets geef omdat ik geen kijk heb op de dierproeven die er met het geld gedaan worden. De bij voorbaat dierminnende BN’ers die ik voor de Dierenbescherming test op concreet diervriendelijk gedrag zijn soms opmerkelijk naïef. Oh, boerenyoghurt, dat is toch goed? Oh, mijn leren bank, eigenlijk nooit bij nagedacht! Ja maar, ik heb een hele goede visboer hoor, die zou het echt niet verkopen als het niet goed was!

Het is kiezen of delen met de vleeswijzer, zag ik op tv. Vanaf mijn bank gezien leek dierenwelzijn zo ongeveer omgekeerd evenredig aan milieu, en dat verbaasde me niks. Dierenwelzijn is niet goed voor het milieu en in die zin ook niet duurzaam, het nieuwe toverwoord. Niet in letterlijke zin: dat de aarde met alles erop en eraan langer voortbestaat als we lief zijn voor dieren. Het is bepaald onduurzaam, qua milieu, om je dieren lekker buiten rond te laten kakken, maar de meeste dieren vinden het heerlijk.

Het probleem met duurzaamheid is dat het verheven lijkt tot het enige goede. Dat is niet terecht. Maatschappelijk verantwoord ondernemen, nog zo’n toverterm, betekent letterlijk dat je je als onderneming verantwoord gedraagt ten opzichte van de maatschappij – die je breed moet zien. Het begrip wordt net als het Amerikaanse equivalent Corporate Social Responsibility gekoppeld aan de drie P’s: People, Profit, Planet. Maar waar blijven de dieren?

Soortbehoud kan nog wel meedoen met de planeet, maar dierenwelzijn? Het hoort logischerwijs in hetzelfde rijtje thuis als menselijk welzijn, maar leg dat maar eens uit aan de fietsbelfabrikant. De econoom Masurel heeft in een dolle bui voorgesteld er een vierde P aan toe te voegen, voor Pets, maar geeft zelf toe dat zijn voorstel wringt, want hij bedoelt veel meer dieren, en juist het welzijn van de niet-pets kan nog wel wat aandacht gebruiken. Kortom, in de mvo- en duurzaamheidscultus is nog wel wat te doen voor dierethici.

’s Morgens in de krant kan ik de vleeswijzer rustig bekijken. 1 Quorn, 2 tofu, 3 vegaburger, 4 Valess, 5 biologisch rundergehakt… Ha, daar pas begint het vlees, en dan zakken we langzaam het rood in. De schijnbaar strijdige belangen zijn verenigd in vegetarische alternatieven. En dat op een vleeswijzer! Daar kan de viswijzer nog wat van leren, want die bekommert zich totaal niet om vissenleed. Slimme jongens, daar bij Varkens in Nood.