Terug naar de natuur of ‘technofix’? Dag van de Milieufilosofie

World Earth Day, 22 april, werd door het Ethiek Instituut van de Universiteit Utrecht en de Nederlandse Onderzoeksschool Wijsbegeerte ingevuld als Dag van de Milieufilosofie. Filosofen, biologen, ecologen en vele anderen kwamen bij elkaar om actuele onderwerpen te bespreken, waaronder de vraag of de ‘technofix’, de technologische oplossing, het antwoord is op de grote milieuvragen.

Ondanks de actuele vraagstelling boden veel sprekers allereerst een historisch perspectief. Jozef Keulartz schokte de zaal met illustraties bij zijn verhaal over Rachel Carson, die zich na de Tweede Wereldoorlog fel verzette tegen het gebruik van DDT. Kinderhoofdjes verdwenen in een wolk van DDT – tegen de luizen? Een vrouw kreeg een flinke dosis op haar geslachtsstreek gespoten – ook tegen luizen? Ontwikkelingswerkers in Afrika bespoten demonstratief een bordje pap en aten dat op, ten overstaan van stammen die overtuigd moesten worden van de veiligheid van het spul. Met talloze voorbeelden betoogde Keulartz dat de strijd tussen de gelovigen van de vooruitgang en de critici van alle tijden is. Het onderscheid dat hij wilde maken tussen ‘ingenieurs’, die iets voor ogen hebben en dat vervolgens creëren, en ‘bricoleurs’ (knutselaars) die kijken wat ze kunnen maken van de materialen die er al zijn, leek echter mank te gaan. Ook in de biotechnologie zou je immers kunnen stellen dat men knutselt met (kleine) elementen die er al zijn. Hij legt echter de vinger op de zere plek als hij stelt dat er naar die onderzoeksdiscipline aanzienlijk meer geld gaat dan naar agro-ecologie.

Met rust laten.

Uit de geschiedenis van de relatie tussen mens en wolf, die historisch ecoloog Rob Lenders schetste, werd duidelijk dat Germaanse namen als Adolf en Wolfgang stammen uit de prechristelijke tijd, en alles te maken hebben met troepen rovende mannelijke adolescenten, die vergeleken werden met roedels wolven. Met de kerstening werden zij, en de wolf met hen, symbool van het slechte en ongeciviliseerde, de personificatie van de duivel. Wanneer men in de middeleeuwen een wolf doodde, werd die in mensenkleren aan de galg gehangen. Zo rekende men af met het kwaad.

Al deze verrukkelijke weetjes geven echter nog geen handvatten voor onze huidige of toekomstige omgang met milieu, natuur en dieren. Frans Vera probeerde die te geven wat betreft de grauwe gans, die de Oostvaardersplassen heeft ontdekt als perfect gebied om de gevaarlijke periode van rui uit te zitten. Zelfs natuurbeschermers zien de duizenden ganzen als een verstoring, in plaats van een element dat de natuur completeert. Met rust laten, is Vera’s credo, een positie die hij eerder ten opzichte van de grote grazers innam. Sjaak Swart, bioloog-ethicus, plaatst daar een kritische kanttekening bij. Want waar eindigt wildheid en heb je het over (licht) gedomesticeerde dieren? En hoe zit het met het welzijn? En de zorgplicht? Hij haalde Sue Donaldson en Will Kymlicka aan. Zij beschouwen dieren die de menselijke samenleving betreden als immigranten met bepaalde basisrechten.

Feit en fictie

Interessant voor wie zich bezighoudt met communicatie over natuur en milieu is het onderscheid dat Martin Drenthen maakt tussen de rationele benadering, ofwel presentatie van de feiten (wolven zijn schuw en maken zelden slachtoffers, in tegenstelling tot honden), en de symbolische benadering (de wolf als symbool van wildheid, als bezoeker uit een wereld die zich aan onze controle onttrekt). Juist waar Drenthen een onderscheid maakt, ligt een kans voor natuurvoorlichting: combineer de nuchtere feiten met spannende verhalen, maar wees tegelijk duidelijk over wat feit is en wat fictie. Een niet onbelangrijk voorbeeld van zo’n feit is volgens ecoloog Erwin van Maanen overigens dat de biodiversiteit in een groot natuurgebied baat heeft bij de wolf als toppredator. Het is aangetoond in de Verenigde Staten.

Technofix

Maar moeten we nu terug naar de natuur, soberder leven, met minder technologie, of moeten we juist technologische oplossingen zoeken voor een milieuvraagstuk als klimaatverandering? Natuurkundige Kornelis Blok pleitte provocerend voor grootschalige, technologische oplossingen, ‘omdat de meeste mensen nu eenmaal liever zonnepanelen kopen dan dat ze de helft van hun apparatuur de deur uit doen’. Het kwam hem op felle reacties te staan van de toch overwegend romantische ingestelde milieucongresbezoeker, voor wie soberheid en kleinschaligheid waarden op zich zijn. Daarbij vergeten zij misschien wel eens dat slimme, efficiënte oplossingen voor dagelijkse tijdvreters juist de tijd opleveren die kan worden besteden aan zaken van waarde: lezen, met de kinderen spelen, voor onze ouders zorgen, een maaltijd bereiden voor gasten. Wie wil er terug naar de tijd dat de huisvrouw de hele week bezig was met tuinieren, wecken, koken, naaien, sokken stoppen en lakens wassen op een wasbord? En moeten we niet blij zijn met kweekvlees, zoals bioloog-filosoof Cor van der Weele opmerkt, dat een einde kan maken aan de lijdensweg van het productiedier? Die technologische oplossing heeft in elk geval meer kans van slagen dan wachten tot iedereen vegetariër wordt.

Slimme uitvindingen

We hebben natuur nodig, als punt van rust, als symbool van waar we vandaan komen, als een plek waar we andere levende organismen ontmoeten en leren kennen. Maar tegelijk zijn we natuur, en wel een aftakking van de evolutie die een aantal slimme uitvindingen kan doen. We zouden onszelf én de natuur tekort doen als we dat vermogen braak lieten liggen uit angst om de relatie tussen mens en natuur te verbreken. Daartoe zullen we de romantische idee dat natuur goed is en techniek slecht moeten zien te overwinnen. De milieufilosofie staat daar open voor, maar haar publiek lijkt er nog nauwelijks aan toe.