Ik ben een communicatiecadeau. En jij?

Heb je wel eens een communicatiecadeau gekregen? Of gegeven? Het valt me opeens op: ik ben een communicatiecadeau. Men geeft mij cadeau aan elkaar. Niet mij als persoon natuurlijk, maar mijn inzet.

In veel organisaties zie je een overkoepelende structuur met daaronder kleinere onderdelen. Dat kunnen inhoudelijke afdelingen zijn (bij een bedrijf), aangesloten bedrijven of organisaties (bij een branchevereniging) of regionale onderdelen (bij een winkelketen of vrijwilligersorganisatie). Vaak zet de centrale organisatie het beleid uit, en beheert zij ook de bijbehorende budgetten. De satellieten hebben daarnaast eigen budgetten. En soms zijn die te klein om zaken goed voor elkaar te krijgen, zaken als goede communicatie.

De organisatie heeft er alle belang bij

Nu bespeur ik een nieuwe tendens: centrale organisaties vinden het belang van communicatie zo groot, dat ze mij inhuren als cadeau aan de organisatieonderdelen. Hebben die misschien moeite om bepaalde belangrijke zaken bij de medewerkers over het voetlicht te brengen? Ze kunnen een beroep op mij doen! De centrale organisatie betaalt, omdat die er alle belang bij heeft dat alle onderdelen goed communiceren. Kunnen ze nog wat enthousiaster gemaakt worden om bepaalde hedendaagse communicatiemiddelen in te zetten? Ik trek als een vertegenwoordiger het land door om de afdelingen te enthousiasmeren en te ondersteunen. Voor hen ben ik gratis, ‘centraal’ betaalt mijn uren.

Doe eens een communicatieadviseur cadeau!

Het is een heel aangename manier van werken, want iedereen is blij. De centrale organisatie bereikt haar doelen, de onderdelen krijgen een cadeautje, en ik ontmoet overal blije gezichten en een hartelijk welkom. Dus ik roep alle organisaties met een dergelijke structuur op: doe eens een communicatieadviseur cadeau!

Brand! Hoe communiceren bij calamiteiten?

Onlangs kon ik weer eens ervaren hoe het niet moet in de communicatie. En dan met name bij calamiteiten. Ik verbleef in een hotel in Dubrovnik, in Kroatië, en daar brak ’s nachts brand uit.

Rond 3 uur in de nacht werd ik wakker van gestommel. Ik dacht aan luidruchtige buren en overwoog oordopjes in de doen. Het gestommel werd geren, en ik werd ongerust. Toen werd er opeens op de deur gebonsd. Ik maakte mijn partner wakker, trok een badjas aan en opende de deur. De gang stond vol rook. Ik zag niets. De rook sloeg op mijn adem en ik deed snel de deur weer dicht. Brand! Onze kamer was op de negende verdieping. We hadden geen idee waar de brand was. Was het op onze gang of stonden er al vijf verdiepingen onder ons in brand? We propten razendsnel onze portemonnees in een tas, deden slippers aan onze voeten en liepen naar de trappenhal, die vlakbij was. We daalden snel af, en meteen was daar minder rook. Het leek dus minder ernstig dan gevreesd. Nergens zagen we andere mensen. Op de begane grond, buiten bij het zwembad, konden we de hele gevel zien. Uit een kamer op onze verdieping kwam dikke rook. We zagen geen andere mensen en vroegen ons af of iedereen in het hotel doorsliep. Er ging geen alarm af.

Door de bloembakken

Na enkele minuten verschenen er mensen op onze verdieping. Ze liepen via de doorlopende brede bloembakken van de balkons naar de trappenhal. We concludeerden dat de gang onbegaanbaar was geworden van de rook. Later kwamen er meer mensen naar buiten. Op 2 verdiepingen gingen lichten aan. De 7 verdiepingen daaronder bleven donker. Het hotel was goed bezet, dat wisten we. Het leek erop dat de gasten op die verdiepingen doorsliepen terwijl er brand in het hotel was! Ontzet keken we naar de opstijgende rookpluimen. We verwachtten dat het hele hotel nu wel snel ontruimd zou worden, maar dat gebeurde niet. Na ruim een uur werd de rook minder en hoorden we van andere gasten dat we terug naar onze kamers konden. We klommen de trappen weer op en vonden een volledig doorrookte kamer.

Nergens was personeel te bekennen. We gingen naar de receptie en hoorden dat er ‘rookontwikkeling’ was geweest in de prullenbak van een van de kamers. Maar we konden onze kamer gewoon weer in hoor! Als we de schuifdeur naar buiten open zouden zetten, zou de rook snel wegtrekken. Zelf concludeerden we verontwaardigd dat er geen brandweer aan te pas was gekomen. Was die gewoon niet gebeld? Terug in onze kamer gingen we geschrokken in bed liggen. Slapen lukte niet meer. Na een halfuur duwde personeel onze deur plots open. Twee mannen wisselden enkele zinnen in een ons vreemde taal. Toen ging de deur weer dicht. Geen woord tot ons. Kwam men controleren of we binnen waren? Of we wel aan het luchten waren? We weten het nog niet.

In de doofpot

In de ontbijtzaal was de volgende ochtend niets te merken van het gebeurde, behalve dat overal in het gebouw een rooklucht hing. Er was geen briefje met een verklaring, geen flyer, geen informatiebrief aan de muur, geen manager die klaarstond om vragen te beantwoorden. Het grootste deel van de gasten had niets gemerkt. Die had men gewoon laten slapen. Onze verontwaardiging steeg met de minuut. Wat als de brand uit de hand was gelopen? Men had de zaak gauw in de doofpot gestopt, maar daarmee wel mensenlevens op het spel gezet. We keken ongerust naar de vele brand- en rookmelders in het plafond.

Nu viel ons op dat sommige af en toe een knipperlichtje lieten zien, maar een heleboel ook niet. Die stonden misschien wel uit, of de batterij was leeg, of er zat helemaal geen batterij in. Hier was sprake van mismanagement. We namen ons voor een klacht in te dienen, en waren er blij dat dit pas tijdens onze laatste nacht gebeurd was, want we wilden hier geen dag langer blijven. We vroegen om een verlate uitchecktijd, zodat onze kleren zo lang mogelijk zouden kunnen luchten. Geen probleem, zei men aan de balie. Maar meer zei men ook niet. Geen toelichting, geen excuus. Pas toen we bij het uitchecken vroegen om een adres om onze klacht naartoe te sturen, kregen we een aarzelend excuus.

Non-communicatie

Het was het toppunt van non-communicatie. Het is afschuwelijk dat het alarm niet werkte, dat men de brandweer niet belde, dat men probeerde een brandje onder de pet te houden, dat men de levens van hotelgasten riskeerde. Allemaal redenen om een stevige klacht in te dienen. Maar dat allemaal daar gelaten, is het natuurlijk ook nog eens heel dom om niet over het gebeurde te communiceren. Wij trokken nu onze eigen conclusies. Wat ook de verklaring was voor dit wanbeleid, het had geholpen als we er iets over gehoord of gelezen hadden.

Communiceer!

Kortom: communiceer! Ook bij problemen, ook bij gemaakte fouten, ook als je je als manager doodschaamt voor wat er onder jouw leiding is gebeurd. Het had enorm geholpen als er bij het ontbijt flyers op de tafels hadden gelegen met een excuus, een verklaring en een uitnodiging om de manager aan te spreken bij vragen. Gezien de afweging van kosten en baten (zie hieronder) zou ik het wel weten als ik de manager was… Maar beter is het natuurlijk om te zorgen dat het brandalarm in orde is. Dus die klacht gaat zeker de deur uit.

Kosten:

  • 5 euro kopieerwerk
  • een werkdag van de manager
  • een lichte ongerustheid bij gasten die van nog van niets wisten
  • een paar extra kamers voor gasten die een nieuwe kamer willen

Baten:

  • meer begrip van gedupeerde gasten
  • minder kans op zeer negatieve beoordelingen op websites
  • mogelijk het voorkomen van onze klacht bij de hotelketen
  • ethisch bezig