De duurzaamheid van criminaliteit en hiv

Duurzaamheid is een problematisch begip. De term was even nuttig om een breed publiek te attenderen op het verschijnsel op = op, maar het is een verre van absolute waarde.

Duurzaamheid betekent letterlijk dat iets duurt, en dan bij voorkeur lang duurt, doordat het niet op raakt maar steeds weer aangevuld wordt. En inderdaad: veel moeten wij zien te behouden, maar toch niet alles per definitie?

Je hoort nooit iemand over de duurzaamheid van criminaliteit, of van orkanen, of van hiv, en terecht, merkt Dale Jamieson slim op in zijn boek Morality’s Progress. Volgens Jamieson kun je net zo goed zeggen dat we last hebben van behoudzucht tegen beter weten in. Zoals we ook de dood niet kunnen accepteren, kunnen we de eindigheid van ecosystemen niet goed verdragen.

Waarom zou het voortbestaan van iets per definitie goed zijn? Nee, enkel het voortbestaan van het goede is goed, lijkt mij. Welzijn van mens en dier is goed. Daarom denk ik dat je je bij alles af moet vragen: is het goed voor het welzijn van mensen en dier, voor het welzijn van wezens die welzijn kunnen ervaren. Alleen duurzaamheid die daarin voorziet is het verdedigen waard. 

(Dit blog is gebaseerd op een passage uit het boek ‘Dieren en wij – hun welzijn, onze ethiek’ dat begin oktober uitkomt bij A3 boeken.)

Mijn smalle focus: op een betere wereld

Vandaag heb ik een klusje aangenomen dat helemaal niet in mijn bedrijfsprofiel past. Stom, zeggen marketeers. Je moet focussen! Je moet in een niche durven opereren!

Ik heb mijn niche gevonden: communicatie voor ethiek en MVO. Ik verbind de ethische kernwaarden van een bedrijf aan MVO-keuzes en help het bedrijf zo aan authentieke MVO-communicatie. Maar wat een beetje onhandig is: ik heb daar nog niet veel klanten voor. Deze maand is het zelfs akelig stil in mijn eenvrouwsbedrijf. En toen kwam dat verzoek om drie weken lang de lessen ‘Nederlands als tweede taal’ aan een Chileen waar te nemen.

Waarom zou ik?

Ik kan dat, Nederlands geven. Mijn carrière in de communicatie begon bij een studie Nederlands, met eerstegraads lesbevoegdheid, verkregen na een fantastische training (waar ik bij het geven van presentaties en workshops veel plezier van heb!). En ook lesgeven aan individuele allochtonen deed ik eerder, gratis en betaald. Ik kan het, maar het is niet mijn core business en het tarief is niet vergelijkbaar met wat ik als communicatieadviseur krijg. Waarom zou ik dit doen?

Een betere wereld plakt

Na het lezen van De Plakfactor van de gebroeders Heath (dankjewel Aartjan van Erkel voor de tip!) nam ik me voor om een interne kreet te formuleren waaraan ik alles in mijn bedrijf toets. De kreet was snel bepaald. Ik werd geïnspireerd door Ruud Koornstra, die ik op het MVO Young Talent Event hoorde spreken. Hij vertelde hoe ook de mensen om hem heen steeds maar weer zeiden: Ruud, je moet meer focussen. Nou, Ruud focuste wel hoor: op een betere wereld. Er waarom ook niet?

Ik snap Koornstra helemaal. Ik wil best focussen, maar uiteindelijk ben ik bereid alles te doen wat goed is voor de wereld. Of het nou voor vrede en rust is, voor meer mensen- en dierenwelzijn, of voor meer kunst en cultuur. Dus dat is ook mijn interne motto: voor een betere wereld. Dat hoeft verder niemand te weten, want eerlijk gezegd ben ik bang dat het sommige van mijn relaties softer in de oren klinkt dat me lief is. Ik wil goed zijn, niet soft. Met vriendelijke aardstralen en genezende stenen heb ik niks.

Verdienen aan goede werken

Toch doe ik bijna geen vrijwilligerswerk meer. Toen ik zelfstandige werd (zzp, zelfstandige zonder personeel, ik heb nooit begrepen waarom dat ’er erachter zou moeten staan) had ik al mijn werktijd en -energie nodig om mijn bedrijf goed draaiende te houden. Ik heb toen besloten dat mijn bijdrage aan een beter wereld was, dat ik alleen werk deed dat direct bijdroeg aan die betere wereld, gewoon betaald. Er is niks mis met verdienen aan goede werken. Als iedereen zijn betaalde werk zou zoeken in goede werken, was de wereld stukken beter. Dan zou er nu geen olie in de oceaan spuiten, en was er ook geen vrijwilligerswerk nodig om de stranden schoon te maken. Dan was de zorg beter georganiseerd, en was er geen vrijwilligerswerk nodig om de gaten in de zorg te dichten. Dat was er geen vee-industrie en waren er ook geen vrijwilligers nodig om daartegen te demonstreren. Kortom: ik incorporeerde het goede in mijn winstgevende bedrijf. Eigenlijk een vroege vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen dus.

Zorgen dat deze vriendelijke Chileen zich beter kan uitdrukken in het Nederlands, zijn taalexamen haalt, zijn verblijfsvergunning kan verlengen, met zijn beroep van masseur klanten helpt, dat lijkt me allemaal bij te dragen aan een betere wereld. We beginnen volgende week.

De onmisbaarheid van ethiek voor MVO en MBO

Als een bedrijf aan MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen) of MBO (maatschappelijk betrokken ondernemen) wil doen, is het van belang waardeonderzoek op ethische grondslag te doen bij en met dat bedrijf.

Het is niet eenvoudig MVO en MBO te definiëren, omdat er veel verschillende opvattingen bestaan over de juiste definities. De meeste definities hebben betrekking op MVO. Henk van Luijk[1] (2000) spreekt van “bewust aanvaarde verantwoordelijkheid voor maatschappelijk welzijn en maatschappelijke ontwikkeling” en sluit liefdadigheid buiten het bedrijfsproces uit (dat zou MBO kunnen zijn). Garriga en Melé (2004) maken onderscheid tussen instrumentele, politieke, integratieve en ethische benaderingen van het concept. Met name de ethische invalshoek is van belang voor dit betoog. (Zie hierna.) Een uitgebreide inventarisatie van Caroll (1999) past hier niet. In dit artikel worden MVO en MBO gedefinieerd als: het vrijwillig bijdragen aan maatschappelijke belangen, hetzij door de inrichting van het bedrijfsproces (MVO), hetzij door activiteiten van het bedrijf buiten het bedrijfsproces om (MBO).[2]

Ethiek

Ook over de relatie met ethiek is het nodige geschreven. Volgens Garrida en Melé (2004) leidt de ethische benadering van MVO tot het standpunt dat er bij MVO sprake is van morele verplichtingen. Echter, de mate waarin een individu of instelling tegemoet komt aan morele verplichtingen wordt in de samenleving gezien als iets vrijwilligs, ten onderscheid van wat we wettelijk (en vaak tegelijk moreel) verplicht zijn. Wettelijke kaders en normen zijn in westerse landen over het algemeen vastgelegd na een democratisch genomen besluit, maar over morele verplichtingen bestaan ook binnen culturen meningsverschillen. Afdwingen is vrijwel niet mogelijk.[3] Dit artikel is vooralsnog gebaseerd op vrijwilligheid, die dan in de definitie staat.

Van Luijk stelt dat MVO een stap verder gaat dan ethiek, want ethiek zou zich bezighouden met de vraag “wat moet ik doen?” en MVO met de vraag: “hoe vormen wij doorzichtige en solide bondgenootschappen in het belang van iedereen?” Dit roept kritische vragen op. Om te beginnen houdt de ethiek zich eerder bezig met “wat is het goede?” dan met de genoemde vraag, die ook naar een juridische invulling zou kunnen verwijzen. Ook de afbakening van MVO is niet houdbaar, want de vraag naar het “hoe” zonder link naar verantwoordelijkheid staat ver af van wat meest onder MVO wordt verstaan (Caroll 2000). Daar komt bij dat “het belang van iedereen” te vaag en te veelomvattend is. MVO richt zich op bepaalde groepen recht- en belanghebbenden (meestal aangeduid met de onnodig Engelstalige term stakeholders)[4]. Ook is er een complexe relatie tot de bedrijfsethiek, waar dit artikel niet nader op ingaat.

Belang

Als MVO/MBO het vrijwillig bijdragen aan maatschappelijke belangen is, dan is het nodig na te gaan wat een belang is. Een belang is iets dat er, indien het voorhanden is, voor zorgt dat het goed gaat met een entiteit om die entiteit zelf (dus niet instrumenteel). Smeerolie is geen belang van een machine. Als het met een machine goed, of juist niet zo goed door gebrek aan smeerolie, is er nog geen sprake van een belang van die machine. Het kan het belang zijn van de gebruiker van de machine dat het goed gaat met de machine, maar de machine zelf heeft geen belang. Duidelijk is dat mensen en dieren wel belangen hebben, omdat het goed met hen kan gaan om henzelf. In hoeverre planten, ecosystemen belangen hebben is volop in discussie in de bio-ethiek. Dit betekent dat lang niet altijd duidelijk is wie of wat de recht- of belanghebbenden zijn. Daar komt bij dat niet duidelijk is welk belang wanneer voorrang moet krijgen.

Waarden

Er is vrijwilligheid en er zijn onzekerheden over belangen. Dat zijn twee redenen waarom er gekeken moet worden wat houvast kan bieden bij het bepalen waarop MVO/MBO binnen een specifiek bedrijf zich het beste kan richten. Hoe wijs te kiezen?

Belangen worden gedragen door waarden. Een mens heeft bijvoorbeeld belang bij interessant werk, gezondheid, voldoende rust, geen honger en dorst hebben en geen groot verdriet torsen. Het bevorderen van die waarden voor zoveel mogelijk mensen wordt door de consequentialistische en meer specifiek de utilistische ethiek als ‘het goede’ gezien. Een bedrijf kan kiezen voor meer groen (voor het genot van de mensen nu en de gezondheid van de mensen in de toekomst), meer rust (geen geluidsoverlast voor de bewoners van de wijk naast het bedrijf), schoon water en voldoende voedsel (voor mensen in de derde wereld), en ga zo maar door. Het bedrijf móét kiezen, want het kan nooit alles tegelijk doen.

Vermeende vanzelfsprekendheden

Vaak worden MVO en MBO gestuurd vanuit vermeende vanzelfsprekendheden: natúúrlijk zijn duurzaamheid, een groene omgeving, armoedebestrijding en geld ophalen voor de hartstichting goed, evenals een beschermingsplan voor de tijger. Vanuit welke motivatie wordt gekozen voor het een of voor het ander? Als het om MVO gaat wordt vaak datgene gekozen wat gemakkelijk doorgevoerd kan worden. Dat is heel pragmatisch – en daar is niets mis mee – maar een bezinning op waarden zou ook andere mogelijkheden kunnen aanwijzen als zinvol. Als het om MBO gaat, wordt soms aangesloten bij vrijwilligerswerk dat werknemers al doen of doelen die al door werknemers gesteund worden. Dat kan heel zinvol zijn, want het versterkt de band tussen werknemer en bedrijf, maar het zou goed zijn als dat een expliciete keuze was: als wij deze organisatie voor blinden steunen, doen wij dat vanuit de waarde “bewegingsvrijheid” die wij ook voor blinden van belang achten, en vanuit de waarde “verbinding” die wij tussen werknemer en bedrijf willen versterken.

Het waarom

Er zullen dus bedrijfswaarden bepaald moeten worden. Samen met het bedrijf (en aangewezen andere partijen) om de tafel gaan zitten om die waarden te bepalen betekent onvermijdelijk ook: in discussie durven gaan over het ethisch kader en het waarom van die waarden. Waarom is groen een waarde? Wat betekent het voor de individuele mens en voor de mensheid? Betekent het ook iets voor dieren, en hebben die morele status? En, het is eerder genoemd, hoe zit het met de morele status van ecosystemen, van de aarde als geheel? Waarom zouden wij ons bekommeren om mensen die nu nog niet bestaan? Of waarom steunen wij culturele evenementen in de buurt? Heeft kunst op zichzelf een waarde, of gaat het om de mensen die ervan genieten? Heeft een modern-kunstzinnige muurschildering in de wijk waarde als de meeste omwonenden ervan gruwen? Dit zijn vragen uit de ethiek. Je kunt er bij het bepalen van de waarden onder MVO- en MBO-beleid niet omheen.

Welbevinden

De begrenzing van het begrip waarde is niet altijd scherp te trekken. Volgens Rob van Es[5] zijn er publieke, organisationele, professionele en persoonlijke waarden. Het gaat hier om waarden die men aanhangt. Vanuit de utilistische ethiek worden waarden gezien als datgene wat men dient te maximaliseren voor zoveel mogelijk entiteiten met een morele status. Volgens de grondlegger van het utilisme Jeremy Bentham (1781) is dat het meestal onvertaald gebleven pleasure, maar de hedendaagse utilist Peter Singer (1993) stelt dat de waarden die men wil maximaliseren afhangen van de persoonlijke voorkeuren (preferentie-utilisme). De een wil misschien rust, de ander spanning; de een wil zoveel mogelijk werk, de ander zo min mogelijk werk; enz. Overigens kan daarbij worden opgemerkt dat ‘welbevinden’ een goede kernwaarde kan zijn, omdat men kan veronderstellen dat degene die zijn geprefereerde waarden in hoge mate verkrijgt, een hoge mate van welbevinden zal ervaren.

Onder ethici is bekend dat deze redenering toch ergens mank lijkt te gaan, namelijk waar men een machine zou uitvinden waarin men zich altijd prettig voelt, maar waar men op dat moment geen weet van heeft, en waarin alle authenticiteit van de ervaring en alle autonomie verloren gaat. De soms heftige discussie rond de drogering van psychiatrisch patiënten vormt een concrete confrontatie met dit dilemma. Op grond van bovenstaande mogelijke ‘dwalingen’ spreekt de ethicus L.W. Sumner (1996) over welbevinden als zijnde autonoom, authentiek, geïnformeerd geluk. Juist vanwege de subjectiviteit van de geprefereerde subwaarden die dit geluk bepalen is een onderzoek naar de bedrijfswaarden belangrijk.

Voordelen ten opzichte van de dilemmabenadering

Een gangbaarder benadering dan die van een waardeonderzoek is die van het dilemma. Van Luijk (2000) spreekt bijvoorbeeld van “dilemmatraining, gebaseerd op casussen vanuit het eigen bedrijf”. Nadeel is dat daarbij alleen bestaande en reeds ervaren dilemma’s behandeld worden, en dat veel vanzelfsprekendheden waaraan ongeziene dilemma’s ten grondslag liggen gemakkelijk over het hoofd gezien worden. Ofwel: een varkenshouder in de bio-industrie vindt zijn werkwijze wellicht geheel vanzelfsprekend, ook als die niet altijd even diervriendelijk is. Hij ervaart dan geen dilemma. Een dilemma treedt immers pas op als een begin van twijfel over het eigen morele kader of de uitwerking daarvan gevoeld wordt. Wie zich afsluit voor andere meningen en voor de stem van het geweten kent weinig morele dilemma’s. Het bepalen van waarden met behulp van een ethische aanpak heeft dit nadeel niet. Met behulp van goede ethische begeleiding begint men vanuit de volle breedte van mogelijke waarden, die men tegen elkaar gaat afwegen.

Een ander voordeel van het onderkennen en omschrijven van de waarden die een bedrijf aanhangt en nastreeft, is het feit dat het gemakkelijker wordt contacten te leggen met bedrijven waarmee waarden gedeeld worden, zodat men gezamenlijk MVO/MBO-activiteiten zou kunnen ontwikkelen. Dit kunnen bedrijven uit totaal verschillende sectoren zijn. Ook kunnen de genoemde waarden ingezet worden voor branding, bijvoorbeeld bij internal branding, waarbij de bedrijfswaarden en de daaraan gekoppelde merkbelofte die naar buiten (meestal in reclame) worden uitgedragen, ook binnen in het bedrijf en in de contacten met relaties worden uitgedragen in beeld, woord en gedrag.[6]

Conclusie

Een waardeonderzoek op grond van ethische inzichten en instrumenten is nuttig en zinvol als een bedrijf aan MVO of MBO wil doen. Het maakt bewust kiezen mogelijk, waarbij de belemmerende rol van vermeende vanzelfsprekendheden en blinde vlekken terug wordt gedrongen. De gevonden waarden kunnen vervolgens gebruikt worden voor MVO, MBO, de bedrijfsidentiteit, het zoeken van partners in MVO/MBO, en bij external en internal branding.

Literatuur

J. Bentham, An Introduction to the Principles of Morals and Legislation, London (1781).

A.B. Caroll, Corporate Social Responsibility: Evolution of a Definitional Construct, Business Society, Vol 38, No 3, pp 268-295 (1999).

M. van Eck, N. Willems en E. Leenhouts, Internal branding in de praktijk, Het merk als compas, Amsterdam (2008).

E. Garriga en D. Melé, Corporate Social Responsibility Theories: Mapping the Territory, Journal of Business Ethics, Vol. 53, pp. 51-71 (2004).

H. van Luijk, Integer en verantwoord ondernemen in beroep en bedrijf, Amsterdam (2000).

P. Singer, Practical Ethics, Cambridge (1993).

L.W. Sumner, Welfare, Happiness, and Ethics, Oxford (1996).


[1] Van Luijck 2000, p. 13

[2] Duidelijk mag zijn dat er altijd een grijs gebied zal zijn. Bijvoorbeeld: het stimuleren van vrijwilligerswerk dat medewerkers in hun vrije weekend uitvoeren heeft invloed op de wijze waarop deze medewerkers op maandag functioneren in het bedrijfsproces.

[3] Men kan het slechts proberen, bijvoorbeeld met een consumentenboycot of media-aandacht.

[4] Het is opmerkelijk dat Van Luijk (2000, p. 56) aangeeft dat stakeholders lastig te vertalen is, maar dat men ook wel “betrokkenen” zegt, en dat men bedoelt “recht- en belanghebbenden”, waarmee hij de term heeft vertaald.

[5] Tijdens werkcollege MVO, Universiteit van Amsterdam, 4 maart 2009.

[6] Van Eck, Willems en Leenhouts 2008.

Brown: wat is ethisch?

Ik zag en hoorde Brown op tv. Hoe hij een dame eerst vriendelijk te woord stond, eindigend met “It was nice meeting you” en vervolgens in de auto sprak van een ramp en een bekrompen mens. Hij was even vergeten dat zijn microfoon nog aan stond.

Kan dat iedereen overkomen? Velen van ons. Je staat iemand vriendelijk te woord aan de telefoon om vervolgens, als de verbinding verbroken is, te verzuchten: wat een gezeik! Als de verbinding niet verbroken is (vroeger kon de hoorn wel een scheef liggen) ben je erbij.

Leermoment

Van zo’n situatie kun je leren. Want als je zo schandelijk door de mand valt, doe je blijkbaar iets verkeerd. Waar zit hem dat in? Je vindt het echt gezeik. Dat kan gebeuren. Daar ga je niet de fout in, dat gevoel is oprecht. Mag de ander dat dan niet weten? De fout zit niet in je verzuchting, maar in het moment daarvoor, als je iemand zo vriendelijk te woord staat, en niet laat merken dat je alles wat hij of zij uitkraamt gezeik vindt.

Discussie

Wat is ethisch? Open en eerlijk zijn, maar wel rekening houdend met elkaar. Elkaar niet kwetsen, tenzij dat noodzakelijk is om iets goeds te bewerkstelligen dat opweegt tegen de relatief kleine kwetsuur. Wil je opbouwend met iemand omgaan en vervelende gevoelens voorkomen, dan is het beter om al tijdens het telefoongesprek met de ander in discussie te gaan, zodat er meer begrip kan ontstaan voor elkaars standpunt. En dan is het opeens geen gezeik meer van die ander, maar gewoon een ander standpunt. Een standpunt waar je misschien nog iets van kunt opsteken.

Den Hartog negeert belang uitloop voor dieren

Prof. dr. ir. Leo den Hartog zegt op verschillende momenten in het interview met Roel Janssen (NRC, De Stelling, 3 en 4 april) zaken die naast elkaar gelegd heel interessant worden.

Eerst zegt hij “De omvang van bedrijven is niet strijdig met dierenwelzijn en milieu.” Inderdaad, dat hoeft niet, als je maar alle ruimte hebt, maar even later oppert hij: “Alle kippen buiten, alle varkens buiten, dat kan niet meer.” Laat een uitloop naar buiten nu net belangrijk zijn voor het welzijn van de meeste gehouden dieren.

Volgens Den Hartog moeten we naar een verdubbeling van de voedselproductie. Echter, iedereen weet inmiddels dat dat veel efficiënter en minder milieubelastend kan door het voedsel niet eerst via de maag en het vlees van dieren te produceren. Daar is dus geen grotere veehouderij voor nodig.

Aan het einde van het gesprek laat hij zich lelijk in de kaart kijken, als hij bekent dat het er vooral om gaat “een sector in stand te houden die toekomst heeft”, namelijk de veehouderij. Niet vreemd voor iemand die, behalve onderzoeker, directeur Onderzoek en Ontwikkeling is bij een grote veevoederproducent.

People, Profit, Planet: waar blijven de dieren?

De vleeswijzer is uit. Slimme zet van Varkens in Nood. Sommige mensen denken dat goed gewoon goed is, en dat de wereld vanzelf beter wordt als iedereen dat nu maar consequent doet. Dat laatste blijf ik ook halsstarrig denken – of noem het geloven – maar wát goed is, is discutabel. Het grootste en onopgeloste probleem van de ethiek is dat belangen strijdig zijn.

Collectanten voor patiëntenfondsen staan met hun oren te klapperen als ik zuchtend zeg dat ik liever niets geef omdat ik geen kijk heb op de dierproeven die er met het geld gedaan worden. De bij voorbaat dierminnende BN’ers die ik voor de Dierenbescherming test op concreet diervriendelijk gedrag zijn soms opmerkelijk naïef. Oh, boerenyoghurt, dat is toch goed? Oh, mijn leren bank, eigenlijk nooit bij nagedacht! Ja maar, ik heb een hele goede visboer hoor, die zou het echt niet verkopen als het niet goed was!

Het is kiezen of delen met de vleeswijzer, zag ik op tv. Vanaf mijn bank gezien leek dierenwelzijn zo ongeveer omgekeerd evenredig aan milieu, en dat verbaasde me niks. Dierenwelzijn is niet goed voor het milieu en in die zin ook niet duurzaam, het nieuwe toverwoord. Niet in letterlijke zin: dat de aarde met alles erop en eraan langer voortbestaat als we lief zijn voor dieren. Het is bepaald onduurzaam, qua milieu, om je dieren lekker buiten rond te laten kakken, maar de meeste dieren vinden het heerlijk.

Het probleem met duurzaamheid is dat het verheven lijkt tot het enige goede. Dat is niet terecht. Maatschappelijk verantwoord ondernemen, nog zo’n toverterm, betekent letterlijk dat je je als onderneming verantwoord gedraagt ten opzichte van de maatschappij – die je breed moet zien. Het begrip wordt net als het Amerikaanse equivalent Corporate Social Responsibility gekoppeld aan de drie P’s: People, Profit, Planet. Maar waar blijven de dieren?

Soortbehoud kan nog wel meedoen met de planeet, maar dierenwelzijn? Het hoort logischerwijs in hetzelfde rijtje thuis als menselijk welzijn, maar leg dat maar eens uit aan de fietsbelfabrikant. De econoom Masurel heeft in een dolle bui voorgesteld er een vierde P aan toe te voegen, voor Pets, maar geeft zelf toe dat zijn voorstel wringt, want hij bedoelt veel meer dieren, en juist het welzijn van de niet-pets kan nog wel wat aandacht gebruiken. Kortom, in de mvo- en duurzaamheidscultus is nog wel wat te doen voor dierethici.

’s Morgens in de krant kan ik de vleeswijzer rustig bekijken. 1 Quorn, 2 tofu, 3 vegaburger, 4 Valess, 5 biologisch rundergehakt… Ha, daar pas begint het vlees, en dan zakken we langzaam het rood in. De schijnbaar strijdige belangen zijn verenigd in vegetarische alternatieven. En dat op een vleeswijzer! Daar kan de viswijzer nog wat van leren, want die bekommert zich totaal niet om vissenleed. Slimme jongens, daar bij Varkens in Nood.