Heb jij manieren of maniertjes?

Facebook is een heerlijke bron van denkstof voor een ethicus. Zo circuleert er een YouTube-filmpje waarin een klein meisje uit de VS president Obama mag bevragen, omdat ze zo veel afweet van de Amerikaanse presidenten. En natuurlijk mag ze vragen stellen. Het is één en al lieve gezelligheid. Het meisje is aandoenlijk, Obama is geweldig.

Eng

Ik kijk en sta perplex. Telkens als de gespreksleidster zegt dat ze nog een vraag mag stellen, vouwt het meisje heel koket haar verstrengelde handen rond haar knie. Een gebaar waarmee een volwassene laat zien er lekker ontspannen bij te zitten. Ze doet dit niet één keer, maar drie keer. En zo mechanisch dat het eng is.

Bij de gedachte aan het woord eng begint bij mij de zelfreflectie. Hoezo eng? Wat is er eng aan een maniertje? Ik ben toch heel erg voor manieren, goede manieren? Is dit dan een slechte manier? Niemand heeft er toch last van?

Oprecht gedrag

Ik denk dat ik inmiddels weet hoe het zit. Er is een groot verschil tussen manieren en maniertjes.

Manieren zijn sociale codes om de onderlinge omgang beter te laten verlopen. Dingen waarvan we binnen een cultuur besluiten dat ze ander storen (smakken, schreeuwen, winden laten) laten we achterwege. Dingen waarvan we denken dat ze prettig zijn voor anderen (groeten, helpen, glimlachen) waarderen we positief. Daarbij gaan we ervan uit dat het vertonen van dat gedrag oprecht is, en dat er geen tegengestelde behoefte onder ligt, bijvoorbeeld om de ander uit te schelden.

Behagen

Je kun je afvragen hoe oprecht maniertjes zijn. Ze zijn aangeleerd, niet als smeermiddel voor sociale omgang, maar om een bepaald effect te sorteren. Er kan van alles onder liggen wat er niets mee te maken heeft, of zelfs tegengesteld is.

In dit geval is het maniertje ongetwijfeld aangeleerd door de ouders. Om te behagen, indruk te maken, vertedering op te wekken. Maniertjes onderstrepen je persoonlijkheid niet, maar vlakken die af. Ik geef toe, er zijn ergere dingen in de wereld. Maar een beetje eng blijft het.

Heeft het communicatieplan zijn beste tijd gehad?

Onlangs volgde ik een workshop met prof. dr. Betteke van Ruler, emeritus-hoogleraar in de communicatiewetenschap. Ze was te gast bij de Communicatiewinkel.

Geschiedenis

Van Ruler reisde met ons langs een eeuw communicatiegeschiedenis. Ze liet zien hoe ‘we’  in Nederland al vroeg aan voorlichting deden, door boeren en huisvrouwen op het platteland hygiëne en andere nuttige zaken bij te brengen. Toen kwam uit de Verenigde Staten het verschijnsel Public Relations overwaaien, en vervolgens gingen we over tot communicatie in de vorm van ‘zenden’ met een doel, naar een doelgroep. Vervolgens kwam de communicatie dichter bij het management te zitten en ging men meer in dialoog. Maar momenteel staat ook dat model onder druk, mede door de invloed van de sociale media. 

Vier communicatiemanagementmodellen

De professor onderscheidt vier modellen voor communicatiemanagement die, zoals gezien, historisch na elkaar opkwamen, maar ook nog naast elkaar bestaan:

Informatiemodel: verspreiding van informatie
uit zich in middelenproductie en een communicatiekalender; volgt bestaand beleid 

Overredingsmodel: profilering van plannen
uit zich in regie over uitingen, imagomanagement, een communicatieplan; volgt bestaand beleid

Intermediair model: ondersteuning van besluitvorming
uit zich in relatiemanagement (dialoog); is tamelijk autonoom

Reflectief model: reflectie op openbaarheid
uit zich in identiteitsmanagement (strategisch); is tamelijk autonoom

Het laatste model meet voornamelijk het maatschappelijk humeur, en speelt daar flexibel op in. Het houdt zich bezig met vragen als: welke onderwerpen spelen in de media, waar kan een brandje ontstaan? Hoe voorkomen we dat of hoe spelen we daarop in? Het gaat over framing en storytelling.

In de workshop namen we gezamenlijk modellen door, en hoewel ze werden gepresenteerd als elk op hun eigen manier waardevol, was er geen ontkomen aan dat de eerste twee, en dus ook het maken van een communicatieplan, als lichtelijk ouderwets werden weggezet, misschien niet eens zozeer door de workshopleidster als door de deelnemers. Ik werd wat ongemakkelijk, want ik hecht aan een goed communicatieplan. Niets handiger dan even helder bij elkaar zetten waar je heen wilt, op basis van welke uitgangspunten, waarom en wanneer. Al was het maar om die basisafspraken ook ter discussie te kunnen stellen en te weten wat je aan elkaar hebt.

Persoonlijke noot

Het was een workshop, dus we gingen aan het werk. Per groepje van twee of drie moesten we één van de modellen vertegenwoordigen in een casus. Van Ruler had op de website van de Communicatiewinkel gekeken naar onze profielen om ons in te delen. Een spannend moment, want wie wil er nu ingedeeld worden bij het meest ouderwetse model? Ik niet. Maar ik werd het wel. Als enige. Er werd nog een deelnemer aan mijn groepje toegevoegd, iemand die er later bijgekomen was, en op grond van toeval werd ingedeeld. Voor mij was het even slikken. Natuurlijk, het is een workshop, je moet sportief zijn, iemand moet de klos zijn. Dus ik deed dapper mee.

Samen met mijn partner ging ik enthousiast aan de slag. Het kostte moeite om ons aan het pure informeren te houden, want we waren anders gewend. Vervolgens werden alle uitwerkingen van de casus besproken. We leerden een boel over de voor- en nadelen en verschillende aspecten van alle modellen. Maar aan het eind van de avond bleef er voor mijn gevoel iets aan mij kleven: het imago van een ouderwetse communicatieadviseur. Iemand die de boot heeft gemist, een nieuwsbriefjesschrijver, een zender. Dat ben ik niet.

Wie ben ik wel?

Thuisgekomen bleef ik me afvragen hoe ik in deze rol terecht was gekomen. Profileer ik me dan anders dan ik werkelijk ben? Waar vond Van Ruler de aanleiding om mij als informatieverstrekker in te delen? In mijn profiel bij de Communicatiewinkel presenteer ik mezelf als “communicatieadviseur en expert op het gebied van communicatie over waarden, ethiek, MVO en maatschappelijke onderwerpen” die “bedrijven en organisaties helpt hun maatschappelijke verantwoordelijkheid vorm te geven in woord en daad, en zorg draagt voor de perfecte communicatie daarbij, ook via sociale media”. Niet puur zendend, uitvoerend en volgend, vind ik.

Op mijn eigen bedrijfswebsite JT&P Communicatie profileer ik me nota bene met de slagzin “brengt het beste boven”, vanuit de idee dat ik door middel van interactie het beste in een bedrijf of organisatie boven breng. Om het concreter te maken vermeld ik dit: JT&P Communicatie

  • verzorgt communicatieadvies, communicatietrainingen en waarneming van communicatiefuncties,
  • verzorgt MVO-communicatie en communicatie rond ethiek en maatschappelijke vraagstukken,
  • verzorgt moreel beraad en workshops ethiek,
  • identificeert uw ethische kernwaarden en baseert daarop authentieke communicatie.

Nu kon je dit alles deels doen door te zenden, deels door het oor te luisteren te leggen, deels door uitwisseling tot stand te brengen, en deels door alert te zijn op wat er speelt in het bedrijf en in de samenleving, en daar flexibel op in te spelen.

Kwam het door mijn recente opdrachten?

Inmiddels heb ik de zorgelijkheid alweer lang achter me gelaten. Ik heb bedacht dat Van Ruler waarschijnlijk vooral gekeken heeft naar mijn recente opdrachten. Jawel, men heeft mij de laatste tijd wat vaker gevraagd voor het smeden van een band met medewerkers door hen in eerste instantie goed te informeren, over wat er te gebeuren staat, wat dat voor hen betekent, en… waar en wanneer ze daarover mee kunnen praten. Ik besef dat daar ook niets mis mee is, en dat Van Ruler in haar workshop juist liet zien wat de waarde was van alle modellen, oud of recent, en wat ze niet konden bewerkstelligen.

Ik vond ook geen tijd meer om er nog bij stil te staan, net aan de slag bij de Regionale ICT Dienst Utrecht (RID). Met de oprichting van deze intergemeentelijke dienst staat er veel te veranderen voor alle betrokkenen. Er is een communicatieplan, en dat moet nodig bijgesteld worden. Dat ga ik zo snel mogelijk doen. Ik wil luisteren, overleggen en zenden, en zal gebruik maken van framing, storytelling en sociale media.

Communicatieplan 2.0

Tot slot mijn beginvraag: heeft het communicatieplan zijn beste tijd gehad? Wellicht was er sprake van begripsverwarring. Want wat is een communicatieplan? In elk geval meer dan een lijstje middelen met doel en doelgroep en de planning daarbij. Als je het breder ziet, als een plan waarin je je communicatiestrategie bepaalt, verantwoordt en voor zover mogelijk plant, is het van alle tijden. Nee, het communicatieplan heeft zijn beste tijd nog niet gehad, mits het bij de tijd en flexibel is.

Waarom zouden er geen intermediaire en reflectieve elementen in zitten? En waarom zou je er niet het monitoren van de sociale media in zetten? Het blijft handig om op een rij te zetten wie dat doet en hoe intensief, waarom en op welke manier, en wat dat dan gaat kosten. Juist ook als je bij het management aan tafel zit en een uitwisseling met het algemene organisatiebeleid beoogt. Kortom: ik geef mijn geliefde communicatieplan niet op, maar leg mijn format binnenkort langs de lat van Van Ruler (what’s in a name?), om al het nuttige wat ik in de workshop geleerd heb erin te verwerken, zodat het weer bij de tijd is. Als dat gebeurd is, deel ik dat hier op mijn blog.

‘Likes’ te koop

Het begon te knagen toen op mailplatforms verzoekjes kwamen als: “mijn zoon doet mee aan de Cultuurchallenge Alkmaar, dus ga even op hem stemmen, dan maakt hij een goede kans te winnen”. Ik ben nooit te beroerd mijn medemens te helpen, maar hier voelde ik me toch ongemakkelijk bij. Want wie kon me zeggen of de zoon de beste inzending had?Moest niet de beste winnen, in plaats van degene wiens moeder het actiefst is met stemmen werven? Ik deed er niet aan mee, al gunde ik de moeder en de zoon alle goeds van de wereld.

Vind ik leuk

Op veel sociale media kun je dingen ‘liken’, van grap tot filmpje, van bedrijfsuitje tot behangmotief. Ik vind bijvoorbeeld leuk:

  • dat Lisette Kreischer (Veggie in Pumps/Ecofabulous) bij Vroege Vogels komt
  • een mooi gemaakt filmpje filmpje, al is het reclame
  • de in oude muziek onovertroffen Capilla Flamenca

Ik doe het steeds vaker, het duimpje omhoog aanklikken. Wat kan voor jezelf reden zijn om dat te doen?

  • je spontane positieve gevoel uiten (bijvoorbeeld als kennissen schrijven “wij zijn gisteren getrouwd!”)
  • iets aanbevelen (lekker ijs, een goede dichtbundel, een rake column van Youp)
  • je profileren (aha, zij is iemand die van ruige pop houdt, Radio 1 luistert, bezig is met duurzaamheid)

25 ‘likes’

Ik verkeer in een groep van mensen die zich professioneel met sociale media bezig houden. Die doen regelmatig een beroep op elkaar op een pagina op Facebook te ‘liken’, omdat het systeem pas bij 25 ‘likes’ jouw paginanaam als url vastlegt. Ik ken deze mensen en vertrouw op hun kwaliteiten, dus ik kom graag tegemoet aan hun oproepen. Nu hebben deze mensen ook klanten voor wie ze pagina’s aanmaken. Dus wordt mij verzocht om een tandhygiënist, een loodgieter, een exporteur van tulpen en een yogacentrum te ‘liken’. Ik weet niet of ik die wel allemaal wil ‘liken’. Ik weet niet of de tandhygiënist een redelijk tarief vraagt, de loodgieter lekkages adequaat verhelpt, de exporteur van tulpen duurzaam werkt (kan volgens mij niet) en het yogacentrum geen enge sekte herbergt. Ik kan niet ‘liken’ wat ik niet ken. Dus doe ik niet mee.

Devaluatie

Ik bracht dit ter sprake in een bijeenkomst van de Social media Managers, maar vond weinig weerklank. Niemand verplichtte mij om iets te ‘liken’, en de meesten deden het zelf graag, om elkaar te helpen. Er werd zelfs gerept van het belonen van ‘likers’ met een vergoeding. Dan zijn ‘likes’ dus te koop.

Elkaar helpen is goed, mee eens, maar we moeten ook oppassen dat het verschijnsel ‘liken’ niet devalueert tot waarde nul. Het behoudt alleen zijn waarde als het oprecht is, en minstens gebaseerd op een eigen positieve ervaring of informatie uit zeer betrouwbare bron. Ik laat me ook beïnvloeden door beoordelingen van anderen, en hoop dan dat die oprecht zijn, en niet voortkomen uit een grote familie- en vriendenkring die uit liefde voor de naaste bereid is een smerige afhaalmaaltijd aan te bevelen als een culinair hoogtepunt.